In 2019 heb ik een reis gemaakt met mijn vader naar Sumba, waar mijn overgrootvader, D.K.Wielenga, heeft gewoond aan het begin van de vorige eeuw (rond de 1908-1920)
Hij is daar zendeling geweest en heeft daar een ziekenhuis, een kerk en een school gesticht.
De Sumbanezen hadden in die tijd hun eigen geloof, het Marapoe geloof. Ook tegenwoordig komt dit geloof nog voor op Sumba. Het is een animistisch geloof, een geloof waarbij geesten en voorouder verering het belangrijkst zijn.
Er heerste in die tijd een grote mate van anarchie op het eiland waarin, mede door de komst van het christelijke geloof, veel verandering in is gekomen.
Wat mij bijzonder heeft geraakt tijdens het bezoek aan het eiland is de dankbaarheid, gastvrijheid openheid en vriendelijkheid van de mensen op het eiland.
Ook heeft het grote doorzettingsvermogen van mijn over opa, onder vaak moeilijke omstandigheden, veel indruk op mij gemaakt. Dankzij, onder andere hem, hangt het grootste gedeelte van het eiland tegenwoordig het Christelijk geloof aan, vaak nog gemengd met het Marapoe geloof, waardoor er nu rust is op het eiland is.
Mijn over opa is er met een speciaal doel naar toe gegaan. Hij had duidelijk een visie en dat was de zending en dat hij de mensen op het eiland een beter leven gunde.
Om dit te bereiken, volgde hij een theologische studie in Nederland, een studie medicijnen, leerde de taal en haalde een doctoraal op onderwijs gebied. Hij wilde duidelijk iets toevoegen aan de gemeenschap.
We hebben tijdens de reis het ziekenhuis van mijn over opa bezocht, de kerk en een school, die in een (prachtige) verlaten vallei stond. De kinderen liepen elke dag 1 tot 3 uur heen en 1 tot 3 uur terug, van hun huizen die verspreid lagen in de vallei rondom de school. In de school zelf was niet veel aanwezig. De school werd grotendeels gerund door vrijwilligers, of zij verdienden zo’n 14 euro per maand.
De school zelf had een budget van zo’n 900 euro per 3 maanden.
Op de school hebben we gesproken met de leraren en een les bijgewoond. De kinderen hadden stoelen (geen tafels) en een aantal schoolboeken.. De vakken die er werden gegeven, waren enigszins vergelijkbaar met de vakken die in Nederland worden gegeven, maar er werden ook hele andere vakken gegeven, zoals bijvoorbeeld kennis van de natuur: hoe moet je omgaan met een slang of een krokodil die je tegen komt.
Er werd voornamelijk klassikaal les gegeven en van differentiatie was er volgens mij weinig sprake.
Veel kinderen konden nog niet lezen of schrijven en er gingen maar zo’n 50% van de kinderen naar school, omdat veel kinderen ook nodig waren voor het werk thuis.
Het was leuk om met de leraren te praten en te zien, hoe blij de kinderen waren, ondanks het weinige wat ze hadden.
Toen ik later terug in Nederland was, heb ik nog vaak aan deze reis terug gedacht en is tijdens de corona periode is het idee ontstaan om, opnieuw terug te gaan naar het eiland, maar nu met een ander doel om, in navolging van mijn over opa, een project te willen starten voor de mensen op het eiland.
De reden waarom ik dit wil is, omdat het een prachtig eiland is en ik geraakt ben door de mensen daar.. Ook vind ik het bijzonder wat mijn over opa daar bereikt heeft.
Ik heb zelf ook een onderwijs achtergrond, en vind het leuk om mensen een toekomst te geven, en iets toe te voegen aan hun leven.
Ik heb Bastiaan bereid gevonden, om mee te doen met het project en ik kan niks anders zeggen dat hij super enthousiast is! En daar ben ik heel dankbaar voor.
Wat het project precies gaat worden, weet ik nog niet, maar ik hoop dit tijdens een volgende bezoek op het eiland te ontdekken.